De vermoorde dichter

We gaan Le Poète Assassiné vertalen. Het boek verdient een nieuw Nederlands publiek. Uiteindelijk maken we hier een e-book van.

poete-assassine-titre

Titelblad, bron: Gallica.fr

De vermoorde dichter

door Guillaume Apollinaire

Le Poète assassiné verscheen in 1916 bij Le Biblithèque des Curieux. Scans van de eerste editie en de daaraan voorafgaande drukproeven zijn te vinden op Gallica.fr. Fragmenten van het manuscript zijn online beschikbaar bij de Bibliothèque Littéraire Jacques Doucet. Een goede online versie van de Franse tekst is hier te vinden.

De vermoorde dichter

Voor René Dalize*

I Naam

Croniamantal is tegenwoordig wereldberoemd. Honderddrieëntwintig plaatsen in zeven landen op vier continenten strijden om de eer deze uitzonderlijke held te hebben voortgebracht. Ik zal verderop proberen om deze belangrijke kwestie toe te lichten.
Al deze volkeren hebben de welluidende naam Croniamantal in meer of mindere mate aangepast. De Arabieren, Turken en anderen die van rechts naar links lezen, hebben niet verzuimd om hem uit te spreken als ‘Latnamaïnorc’, hoewel de Turken hem bizar genoeg aanduiden als Pata, wat naar believen kan staan voor gans of mannelijk lid. De Russen geven hem de bijnaam Viperdoc, wat staat voor ‘geboren uit een scheet’; we zullen later de reden voor deze spotnaam ontdekken. De Scandinaviërs, of in elk geval de Elfdalers, noemen hem meestal in het Latijn quoniam, wat ‘omdat’ betekent, maar in middeleeuwse volksverhalen vaak een aanduiding is voor ‘edele delen’. We zien dat bij de Saxen en Turken zich hetzelfde gevoel manifesteert en dat zij hem een gelijke bijnaam geven, maar de oorsprong hiervan is onduidelijk. Men gaat er vanuit dat het een eufemistische toespeling is op de inhoud van het medisch rapport over de dood van Croniamantal door de Marseillaanse arts Ratiboul. Volgens dat officiële stuk waren alle organen van Croniamantal gezond, maar daar voegde de gerechtsarts net als aide-majoor Henry bij Napoléon aan toe: partes viriles exiguitatis insignis, sicut pueri.
Er zijn bovendien landen waar de croniamantaliaanse mannelijkheid compleet verdwenen is. In het morenland noemen de negers hem Tsatsa of Dzadza of Rsoussour — dit zijn vrouwelijke namen, want ze hebben Croniamantal vervrouwelijkt zoals de Byzantijnen dat hebben gedaan met Goede Vrijdag door er Sainte Parascève van te maken.

Dit titelverhaal heeft de lengte van een novelle en beslaat meer dan de helft van de oorspronkelijke bundel. De basis is een collage van eerder geschreven teksten, die A. voor dit doel in meer of mindere mate heeft herschreven. Deze techniek is deels geïnspireerd op Alfred Jarry, die in zijn Gestes et Opinions du Docteur Faustroll, Pataphysicien een fabel verwerkte op soortgelijke manier als A. hier doet. Zij sluit ook aan op de collages van de kubisten, waarmee hij bevriend was. A. plakt niet alleen fragmenten aan elkaar, hij wisselt ook vaak van genre en schrijfstijl.
De naam Croniamantal is mogelijk samengesteld uit de woorden Cro-Magnon en Néandertal en dat maakt de dichter-held tot een soort universele oermens. De onenigheid over diens geboorteplaats is een verwijzing naar Homerus. De woorden viperdoc en pata vond Apollinaire in de boekenserie Krytadia, deel III en V.

viperdoc-kryptadia

Bron: Gallica.fr (publ. dom.)

Noten

* Schoolkameraad van A. en medeoprichter van het literair tijdschrift Les Soirées de Paris. Hij sneuvelde op 7 mei 1917 in WO I en A. droeg ook zijn bundel Calligrammes (1918) aan hem op.

II Verwekking

Op een door gekromde bomen en struikgewas omzoomde weg op twee mijl van Spa sloeg Viersélin Tigoboth, een rondreizend muzikant die te voet van Leuven kwam, vuur voor zijn pijp. Een vrouwenstem riep:
‘Hallo, meneer!’
Hij keek op en er klonk een schaterende lach:
‘Hahaha!, hohoho!, hihihi! je oogleden hebben de kleur van Egyptische linzen. Ik ben Macarée. Ik zoek een minnaar.’

Viersélin Tigoboth ontdekte langs de kant van de weg een jonge brunette met mooie welvingen. Wat was ze knap in haar korte wielrijdersrok! Terwijl ze haar fiets aan de ene hand hield en met de ander wrange sleebessen plukte, keek ze de Waalse muzikant vurig aan.
‘Vs’estez one belle bâcelle’,u* bent een mooi meisje zei Viersélin Tigoboth en hij klakte met zijn tong. Maar nondeju, ik denk dat u vanavond buikpijn krijgt, wanneer u die sleebessen eet.
‘Ik zoek een minnaar’, herhaalde Macarée. Ze maakte haar bloesje los en toonde Viersélin Tigoboth haar borsten als engelenbillen met tepelhoven zachtroze als avondwolken.
‘Oh, Oh’, zei Viersélin Tigoboth, ‘dat is zo mooi als de parels uit de Amblève’, geef ze mij, ik pluk voor u een groot boeket van varens met irissen zo blank als de maan.’

Viersélin Tigoboth stapte naar voren om dat wonderbaarlijke vlees te grijpen, dat hem hier als het heilige brood bij de mis voor niets werd aangeboden, maar hij hield zich in.
U bent een mooi meisje nondeju, u bent zo mooi als de Luikse kermis. U bent een mooier meisje dan Donnaye, dan Tatenne, dan Victoere, waarvan ik de minnaar ben geweest en dan de dames bij Rénier, die altijd te koop zijn. Maar als u mijn lieveling wilt zijn, nondeju, zult u schaamluis krijgen.

MACARÉE
Ze zijn zo blank als de maan
Rond als het rad van het bestaan

VIERSÉLIN TOGOBOTH
Wanneer u niet terugdeinst voor een platje
Ben ik met alle liefde uw schatje

En Viersélin Tigoboth kuste met volle lippen:
‘Ik hou van u! Dit is een rustig plekje! O lieveling!’

Snel was er niets meer te horen dan gezucht en vogelgezang en rode gehoornde hazen schoten als duveltjes vlak langs Viersélin Tigoboth en Macarée, onder invloed van de liefde, achter de sleedoorns.

Toen voerde het rijwiel Macarée weg.
En doodsbedroefd vervloekte Viersélin Tigoboth het instrument van de snelheid dat rollend achter een aardse ronding verdween, op het moment dat de muzikant ging pissen en een liedje neuriede.

Dit hoofdstuk is gebaseerd op een tekst waarin hoofdfiguur nog Que Vlo-Ve? heet, zoals in het gelijknamige verhaal uit L’Hérésiarque et Cie.

Noten

*Waals dialect, dat A. had leren kennen tijdens zijn verblijf in Stavelot.]
†In de Ardennen worden Parels van zoetwatermossels gevonden. Zie ook Wikipedia.
‡Frans: Ils sont couleur de lune / Et ronds comme la roue de la Fortune. Twee van de vele verwijzingen naar ronde vormen in dit hoofdstuk. De maan en het Rad van Fortuin zijn ook tarot-symbolen.

maan-rad-van-fortuin

Bron: via Wikipedia (publ. dom.)

III Zwangerschap

Al snel merkte Macarée dat ze zwanger was van Viérselin Togoboth. ‘Dat is naar’, dacht zij eerst, ‘maar de medische wetenschap heeft veel vooruitgang geboekt. Ik kan er vanaf wanneer ik maar wil. Ach, die Waal! Zijn werk zal voor niets zijn geweest. Is Macarée in staat het kind van een zwerver op te voeden? Nee, nee, ik veroordeel dit embryo ter dood. Ik wil me deze foetus van slechte komaf me niet eens herinneren. En jij, mijn buik, als jij wist hoeveel ik van je houd, sinds ik jouw goedheid ken. Wat? Jij accepteert het om de lasten te dragen die je op je pad vindt? Veel te onschuldige buik, je bent mijn zelfzuchtige ziel onwaardig.
Wat zeg je, o mijn buik? “Je bent wreed, je scheidt kinderen van hun vaders.” Nee!, ik hou niet meer van jou! Je bent gewoon een gevulde zak, o mijn buik, met je lachende navel, o mijn elastische buik, met je baard, strak gespannen, bol, pijnlijk, rond, zijdezacht, die tot de adel wordt verheven. Want jij wordt adel, ik vergat het, o mijn buik, schoner dan de zon. En jij zal ook het kind van de Waalse zwerver tot de adel verheffen, je kunt je meten met het dijbeen van Jupiter. Wat een ellende! Het had weinig gescheeld, of ik had het kind van een nobel ras gedood, mijn kind dat al leeft in mijn geliefde buik.’

(wordt vervolgd)