Hier moet ik ingrijpen: nieuwe bundel microproza van Sylvia Hubers

Beeld: omslag boek, Prometheus

Op 13 oktober verschijnt er eindelijk weer nieuw werk van Sylvia Hubers. De dichteres van Terug naar de Apotheker, Drinkgedichten en God gaf ons apparaten brengt dit maal een verzameling ‘korte en hyperkorte verhaaltjes’ uit bij uitgeverij Prometheus. Hier moet ik ingrijpen is al bestelbaar, maar informatie over de inhoud is nog nergens te vinden, afgezien van enkele voorpublicaties. Bij bol.com kunnen we zien dat het om een paperback van 184 pagina’s gaat en de website van Hubers onthult nog dat het om 268 verhaaltjes gaat. Wanneer we uitgaan van 6 pagina’s voorwerk komen we uit op 268 : 178 = 1,51 verhaaltje per pagina en met 300 woorden op een pagina komen we op 300 : 1,51 = 198,68 is ongeveer tweehonderd woorden per verhaal.

Uit de najaarscatalogus van Prometheus:

Hier moet ik ingrijpen bevat haar tocht door het onbevattelijke leven. Een soms hilarische en absurdistische, dan weer sprookjesachtige zoektocht naar geluk dat, eenmaal gevonden, genoeg angsten oproept om weer nieuwe vormen te moeten vinden. Hier moet ik ingrijpen is Hubers in volle glorie, de onbevattelijke werkelijkheid in een vorm die haar op het lijf geschreven is. – Onweerlegbare poëzie (Ester Naomi Perquin)

Op YouTube staan bijna 20 ‘voorpublicaties’, gemaakt n.a.v. een duotentoonstelling met kunstenares Angela Bogaard tijdens KunstRoer-T, waarbij de gesproken teksten via QR-codes konden worden opgeroepen.



Het was meen ik een criticus van dagblad Trouw die de stijl van de Niet over het Spaarne-dichteres karakteriseerde als ‘potig’. Daar werd neem ik aan Hubers' sober gebruik van effecten bedoeld. Je ziet in haar werk weinig klankherhalingen, suggestief gebruik van medeklinkerclusters, zangerigheid, driedubbele betekenislagen of doelbewuste duisterheid. Kortom, het zit dicht tegen proza aan en dus is de stap naar microproza een microstap.
  De meeste teksten uit Hier moet ik ingrijpen op YouTube zijn gebaseerd op een redenering over het (huwelijks)leven waar je ook een column mee zou kunnen bouwen. In plaats van elke maand 500 euro te incasseren voor een plaatsing in [welk-blad-zou-Hubers-nou-niet-willen-hebben?] maakt Hubers er een soort managementsamenvattingen van columns van. Meer dan nodig is om het idee tot leven te brengen, staat er niet. Het zelfetalerende karakter van het columnsgenre ontbreekt en zo word je als lezer tot taak gesteld om er zelf een etalage bij te denken. En dát maakt het poëzie. En dat samen is denk ik de reden dat het werk zowel zeer leesbaar als zeer herleesbaar is.
  Poëziepaus Piet Gerbrandy roemde de dichteres om haar stilistische handtekening: het in het absurde trekken van metaforen en andere beeldspraak, om zo de lezer vol te raken met een nieuw, verrassend beeld (mijn interpretatie van Gerbrandy’s lofprijzing). Mannen hebben een muur zo dik als een politiebureau om zich heen. Daarom moeten vrouwen goed gereedschap hebben.
  Of de voorpublicatie representatief is, weet ik niet. We weten het in oktober.

Vanaf 13 oktober online en bij de betere boekhandel te koop. Prijs: € 18,95 (7,15 cent per miniverhaaltje).