De nieuwe Faustroll-vertaling: het verhaal van de vertaler

Beeld: Cazals (publ. dom.)

cover-faustroll-thumb

Om de Volkskrant van dit weekend te citeren: Koop! Dit! Geweldige! Boek! De nieuwe Nederlandse vertaling van Alfred Jarry’s ‘Faustroll’ is een toegankelijke en door de overvloed aan noten ook een onderhoudende manier om kennis te maken met het eerste grote genie van de moderne literatuur. Hoe vertaal je zo’n moeilijk boek? Vertaalster Liesbeth van Nes schreef het volgende, uitgebreide antwoord.

tekst: Liesbeth van Nes

Een tweede Faustroll-avontuur

Het eerste avontuur dat Pieter de Nijs en ik in 1994 aangingen met de vertaling voor uitgeverij Perdu, had ons niet gebracht waar we wilden zijn. Pieter wilde destijds Jarry begrijpen omdat zijn neus hem vertelde dat dit iets zou bijdragen aan zijn boek over Marcel Duchamp. En omdat Faustroll in het Frans onbegrijpelijk was, leek het het beste om het maar gewoon te gaan vertalen. Maar in 1994 begrepen we het ondanks drie jaar parttime eraan werken nog steeds niet. Er was een tweede avontuur voor nodig.

Met meer informatie (denk aan internet), meer vertaalervaring. In 1994 streek ik nog allerlei rare zinnen recht, terwijl ik nu die uitbuikende vormen graag in stand houdt, al gebruik ik natuurlijk vrij moderne woorden om de lezer toch nog enigszins ter wille te zijn. En in 1994 zochten we de verklaringen nog in de werkelijkheid, beschouwden we alles als verwijzingen naar de werkelijkheid in plaats van als patafysica.

faustroll-manuscript-2

Manuscript (fragment, via Bibliothèque littéraire Jacques Doucet)

Symbolistischer dan symbolistisch

Ik lees meestal wat meer werk van een auteur voordat ik begin te vertalen en bij Jarry was dat erg nuttig. Kijk, Jarry was ook maar een mens, en Iedere auteur heeft zijn eigen vaste thema’s. Bij hem was dat niet alleen père Ubu maar ook de patafysica.
 Jarry begon te publiceren toen het symbolisme als stroming al volop in ontwikkeling was. Om een beetje op te vallen was hij dus symbolistischer dan symbolistisch. Hij ontwikkelde een paar persoonlijke symbolen, de ogen van de uil, bijvoorbeeld, of de X. De zandlopervorm van de X gaf hem meteen een eerste invulling ervan, namelijk de tijd. Maar ook de uil (kop en staart) kon in de X worden ondergebracht. Op zijn zij gekanteld kan de X met behulp van een paar extra boogjes het symbool van de oneindigheid vormen, de ∞.
 Als je eenmaal weet dat Jarry bij wijze van spreken overal die X in wil onderbrengen, begrijp je waarom hij bijvoorbeeld de mierenleeuw ter sprake brengt in het tweede hoofdstuk van Faustroll. De mierenleeuw blaast met kracht zand uit zijn ondergrondse holletje om langskomende mieren in de war te maken, die dan van hun route afwijken en in het conische gat vallen dat hij heeft geblazen. Een conisch gat: een halve zandloper.

Schoonheid voor wie het kan zien

Door die X steeds opnieuw te gebruiken, maakte Jarry de letter tot een vat vol betekenissen, die er bij elk nieuw gebruik weer een betekenis bij kreeg. De arme lezer die de geschriften niet even goed kende als de auteur, miste per definitie een groot deel van de betekenissen. Dat was echter geen bezwaar, omdat Jarry niet de bedoeling had door jan en alleman begrepen te worden: wat hij in hoofdstuk VIII van Faustroll over de massa zegt, spreekt boekdelen.
 Die X mag je ook zien als een polyeder. Een triëder, een tetraëder, een icosaëder, enzovoort. Een lichaam met veel facetten. De polyeder dook al vroeg in Jarry’s werk op, hij had hem opgedaan op school, waarschijnlijk bij filosofie en anders bij natuurkunde. In de dialoog Timaeus verklaart Plato hoe de wereld in elkaar zit. De vier bekende elementen, water, lucht, aarde en vuur, zijn alle vier opgebouwd uit polyeders (voorlopers van de atomen, zou je kunnen zeggen). Dergelijke regelmatige kristallen komen ter sprake in hoofdstuk XXXVI. Jarry, altijd op zoek naar de uitzondering, was het meest geïnteresseerd in onregelmatige kristallen. Een scheefhangende X, een uitbuikende X, daarin school de ware schoonheid. Voor wie het kon zien natuurlijk.
 Ubu is er zo een, of hij nu koning is of slaaf, hij is Ubu, een wezen met zoveel facetten, dat hij er de bolvorm door heeft aangenomen. Faustroll is er zo een, maar dan in spiraalvorm. In ‘Linteau’, het voorwoord van zijn eerste gepubliceerde boek, Les Minutes de Sable Mémorial (1894) schrijft Jarry zijn literaire programma op. Hij wil boeken schrijven die niet uit lineair gerangschikte informatie bestaan, maar die gevormd zijn uit polyeders. De lezer moet de lineaire manier van lezen (al lezend de draad volgen) opgeven en steeds even afstand nemen, bij elk woord stoppen om het in al zijn facetten te bekijken en de virtuele betekenissen ervan tot zich door te laten dringen. Elk woord is een kruispunt van betekenissen. Overigens heeft Jarry die manier van schrijven na Faustroll min of meer laten vallen. Ook een duister schrijvende auteur wil wel eens erkenning, waarschijnlijk.

De 'patafysica is de wetenschap van de imaginaire oplossingen, die symbolisch aan de omtrekken de eigenschappen toekent van in hun virtualiteit beschreven objecten.

Citaat uit de nieuwe vertaling

‘Omtrek’ als sleutelbegrip

Het heeft heel lang geduurd voor ik die X los kon maken van zijn kruisvorm, van zijn wiskunde-uiterlijk. Ik zag hem altijd maar als kern, als wezen, als het skelet, bekleed met betekenissen. Pas toen ik me verdiepte in Jarry’s toneelwerk, dat ik dacht voor het vertalen van Faustroll helemaal niet nodig te hebben, en met name in de teksten die hij over toneel heeft geschreven, begon het me te dagen. In die teksten sloot hij zich aan bij de symbolistische toneelopvattingen van zijn tijd: het decor hoefde niet realistisch te zijn, het hoefde ook niet veranderd te worden als de volgende scène zich heel ergens anders afspeelde. De toneelspelers moesten ook tamelijk schematisch zijn, het liefst met maskers voor, zodat hun gezichtsuitdrukking standaard was en de tekst – waar het om draaide – op zichzelf kwam te staan. Zelfs de stemmen van de toneelspelers moesten vlak en eentonig zijn. Deze spelers waren met andere woorden een soort lege hulzen, die steeds met andere tekst konden worden gevuld.
 Het woord huls kwam bij me op omdat Jarry zijn Ubu ook met marionetten heeft uitgevoerd, lege hulzen aan touwtjes. En toen wist ik ook dat ik het lastige woord ‘linéament’ in de definitie van de patafysica in hoofdstuk VIII niet met lijn moest vertalen of met schets, maar met omtrek. Die X is in feite ook een omtrek, die je met willekeurig wat kunt vullen. Een polyeder is een omtrek. Faustroll is een omtrek. Een eiland is een omtrek, naar hartenlust en willekeur vol te stouwen met elementen van de kunstenaar aan wie je dat eiland wijdt.

jarry-kruis-sable

Houtsnede van Jarry uit Les minutes de sable mémorial, via Gallica.fr

Jarry steeds beter leren kennen

En de patafysica mag dan een wetenschap zijn, het is, en dat schrijft Jarry al in ‘Linteau’, ook de manier waarop hij te werk gaat als hij schrijft. Hij gebruikt omtrekken, en hoe vaker die worden gebruikt, hoe voller en vreemdsoortiger ze worden. Alleen begreep ik dat eerst totaal niet.
 Mijn lijn als vertaler voerde me steeds verder de tekst in en ik ben ervan overtuigd dat uiteindelijk alle raadsels in de Faustroll oplosbaar zijn, als je Jarry maar goed genoeg kent. Als je weet hoe het patafysisch associatieproces in zijn hoofd werkt. Het zou dus best eens kunnen dat ik nog eens een ingewikkelde Jarry aanpak om hem beter te leren kennen. In feite was dat ook de reden waarom ik aan de hervertaling ben begonnen.

Alfred Jarry, Roemruchte daden en opvattingen van Doctor Faustroll, 'patafysicus. Vertaling: Liesbeth van Nes. Commentaar en noten door Liesbeth van Nes, Pieter de Nijs, Bastiaan van der Velden en Matthijs van Boxsel. Bananafish, 2016. ISBN 9789492254009. Prijs: €20,00. (Bekijk bij Bol.com)