De vermoorde dichter VI

Deel 6 van onze vertaling van de verhalenbundel Le Poète assassiné van Guillaume Apollinaire.

Onze vriend Méritarte

Onze vriend Méritarte, die de mens als een artistiek dier[1] beschouwde, spande zich in om een culinaire kunst te ontwikkelen die niet alleen de smaak en eetlust bevredigde, maar zich net als de andere kunsten ook richtte op het intellect.
 Het is bijna twee jaar geleden dat we in zijn kleine eetkamer aan de binnenplaats, op de vijfde verdieping in de Rue Nollet, met zijn vieren genoten van het aangrijpende schouwspel dat het eerste eetbare treurspel bood.

*

De hors d’œuvres, die bestonden uit andouille de Vire en gerookte haringfilets, boden een sinistere aanblik die ons neerslachtig maakte, terwijl ze onze eetlust opwekten. De onheilspellende linzensoep die daarna werd opgediend, maakte geen einde aan onze ongerustheid over de wijze waarop dit unieke feest zou eindigen. We vreesden een theatrale wending. Deze vond plaats in de vorm van een canard à la rouennaise[2], waarvan de bloederige stukken, die we als tafelgenoten ‘onderling strijdend verslonden’[3], het dramatische effect gaven dat we ervan verwachtten. Toen onze vriend Méritarte, na een lugubere salade Rachel van helgele aardappels en inktzwarte truffels, ons verder tot ontsteltenis bracht door het met vastberaden blik laten ploffen van een groot aantal flessen champagne, werd het emotionele hoogtepunt bereikt. En omdat er geen kaas, noch enige vorm van dessert werd geserveerd, maar alleen een beetje lauwe koffie zonder suiker, vertrokken we met een moeilijk te beschrijven gevoel van onbehagen. De indruk die het eerste culinaire drama op ons maakte, zal nooit meer uit ons geheugen verdwijnen.

*

Een tijdje na deze sombere tragedie nodigde onze vriend ons uit voor een komisch feestmaal. Als eerste verscheen er een ijskoude consommé madrilène die bij ons een glimlach opwekte. Maar we barstten allemaal in lachen uit toen onze gastheer ons informeerde over de ‘stierlijke’ afkomst van de criadillas die daarop volgden. De scherts kreeg een nog mooier vervolg rond een kalfskop waarvan de klucht ons zo beviel dat we er niets van over lieten, behalve de peterselie waarmee hij was gegarneerd. Een rood gebakken lamsbout smaakte ons niet minder. De knoflook waar hij mee op smaak was gebracht en de witte reuzenbonen waarop hij futloos rustte, waren humor van de bovenste plank. Kortom, we lachten ons een bult en de toegankelijke witte wijn die Méritarte erbij schonk maakte ons alleen maar vrolijker.

*

Méritarte wilde zijn kunst echter verheffen tot dat van de lyriek. Hij serveerde ons op een avond vermicellisoep, zacht gekookt ei, een salade van kropsla met bloemen van Oost-Indische kers en roomkaas. Wij verklaarden dat dit oversentimentele verzen waren en teleurgesteld verzekerde onze vriend Méritarte ons dat hij zich zou verheffen tot het niveau van de ode. En inderdaad serveerde hij ons een maand later een cassoulet waarmee zijn kunst eindelijk een verfijnd niveau bereikte. Hij experimenteerde zelfs in het epische genre, met een bouillabaisse waarvan de smaak bij ons ter plekke de Homerische gezangen opriep.

*

Maar wat stond ons te wachten toen Méritarte aankondigde dat hij zich voortaan aan de filosofie zou wijden en ons uitnodigde om de donderdag daarop zijn volgelingen te worden? Wij waren stipt op tijd voor de afspraak, maar aan onze ongeruste gezichten had iedereen kunnen aflezen dat we weinig vertrouwen hadden in de culinaire metafysica. En terecht, want we kregen een stuk been voorgeschoteld waar we maar met moeite het merg uit wisten te halen. Daarnaast kregen we konijnenkoppen, die we stuk moesten slaan om er de hersentjes uit te zuigen. Het dessert bestond uit amandelen, walnoten en, omdat het Driekoningen was, een taart, waarvan de verborgen boon niet diende om een koning aan te wijzen, maar aan het eind van dit wijsgerig banket simpelweg de Pythagoreaanse wijsheid voor de geest riep.

*

We waren bang dat vriend Méritarte gedesillusioneerd zijn toevlucht zou zoeken in een vorm van devotie, wat hem de kans zou geven om ons te vergasten op mystieke maaltijden. Wij vergisten ons. Méritarte, die was opgeklommen tot het epos, daalde af naar de stuiverroman en trouwde zijn keukenmeid, een droom van een meisje. Maar zodra zij haar potten en pannen vaarwel had gezegd, begon de nieuwe mevrouw Méritarte, die zich slecht wist aan te passen aan het nietsdoen, haar man buitensporig te bedriegen. Een tijdje leek deze zijn kunst te hebben afgezworen. Maar op een dag besloot Méritarte een groot satirisch feestmaal te geven. Hij nodigde hiervoor alleen de minnaars van zijn vrouw uit.

*

Naast Méritarte en zijn vrouw waren we met zijn twaalven, De maaltijd was zo dramatisch mogelijk: onheilspellende soep, bloederig vlees etc. Er werden paddestoelen opgediend, waarvan ik door welke reden dan ook niets gebruikte. Het was een copieus gerecht en iedereen deed zich eraan tegoed; ik liet ze als enige liggen. En dat was maar goed ook, want direct na de maaltijd trok verder iedereen, vriend Méritarte incluis, bleek weg, kermend over helse pijnen. Ze overleden in de loop van de nacht, als gevolg van het eten van de giftige paddestoelen. Zo bereikte de dodelijke satire van vriend Méritarte letterlijk zijn doel; zij die het doelwit ervan waren, stierven, hijzelf inbegrepen. Hij had genoeg van het leven en was ervan overtuigd alle bronnen van zijn kunst te hebben uitgeput.

*

Wat mij betreft, ik heb vaak een poging gedaan om koks in te wijden in de verheven kunst van onze vriend Méritarte, maar ik werd nooit begrepen. Het zal nog lang duren voordat de kunstzinnige experimenten van dit genie weer zullen worden opgepikt. Niettemin zijn nog niet alle domeinen van deze kunst onderzocht en het heeft mij bijvoorbeeld altijd verbaasd dat Méritarte niets binnen het historische genre heeft geprobeerd. Maar het is waar, hij was noch geletterd noch wetenschappelijk onderlegd en was voor alles een man van de verbeelding. Een uitzonderlijk dichter, geboren voor de satire.

Noten

[1] Zoals Aristoteles de mens als een ‘rationeel dier’ of ‘politiek dier’ beschouwde.
[2] Bereiding waarbij het bloed gedurende de bereiding uit de dieren wordt geperst en aan de saus wordt toegevoegd.
[3] Toespeling op Racines Athalie (Acte II, Scene 5): Mais je n’ai plus trouvé qu’un horrible mélange / D’os et de chairs meurtris et traînés dans la fange / Des lambeaux pleins de sang et des membres affreux / Que des chiens dévorants se disputaient entre eux