Martijn Benders’ Sauseschritt (2)
Sauseschritt is afgezien van de titel de vijfde Nederlandstalige bundel van Martijn Benders. Het boek verscheen afgelopen zomer, maar is dit najaar aan een opmars bezig dankzij lovende recensies en een promotie-offensief door uitgeverij Van Gennep. Is het inderdaad een ‘aangrijpende bundel [die] nog lang op je literaire netvlies zal nakruisen’?
Sauseschritt heeft een soundtrack. De titel is een toespeling op de Neue Welle-hit Codo van de groep DÖF, waarin buitenaardse wezens liefde naar de aarde brengen (‘Und ich düse, düse, düse, düse im Sauseschritt / und bring die Liebe mit / von meinem Himmelsritt / Denn die Liebe, Liebe, Liebe, Liebe, die macht viel Spaß / viel mehr Spaß / als irgendwas.’
; ‘Vraag vergiffenis aan Jezus’ is een bewerking van een lied van Georges Brassens:
https://youtube.com/watch?v=iS46IzvCemI
;’Verwachtingsliedje’ is er een van ‘Beklenen Şarkı’ van Zeki Müren:
https://youtube.com/watch?v=zBJ-unqAMI8
; en ‘Vandaag was een dag vol paniek’ is een hertaling van ‘Another Day Full of Dread’ van Bonnie Prince Billy:
https://youtube.com/watch?v=2poawybr87M
De titel valt niet op voorhand te verklaren. Op de achterkant en in het ‘logboek’ van de bundel staan de raadselachtige toelichtingen:
Sauseschritt – een fonetische paradox, het klinkt traag en suizend, maar betekent letterlijk ‘bliksemsnel’.
We do not need love on this planet!
Tötet Codo, Vernichtet die Liebe!Sauseschritt is een woord van welke de fonetische en inhoudelijke betekenis elkaars tegengestelde zijn.
Dit laatste klopt denk ik niet, maar blijkbaar moeten we bij het lezen alert zijn op vergelijkbare tegenstrijdigheden.
Het liedje ‘Codo’ (1983) is een voorbeeld van een bekende metafoor uit de popmuziek: de toerende band of zanger als missionaris die liefde komt brengen naar hierom smachtende provinciemeisjes. Misschien is de titel bedoeld om een vergelijking te maken tussen toerende bands en dichters die voor voorleesavonden het land rondreizen.
Vormgeving
Het leverkleurige omslag van Sauseschritt valt op door onopvallendheid. Er staan alleen de naam van de auteur gevold door een apostrof (als bij een filmproductie) en de titel in hoofdletters, waarbij de H gevormd wordt door een symbool dat lijkt op twee vertakte bloedvaten die zich als handen naar de hemel richten.
Volgens de pagina met uitgeversinformatie heet Martijn Benders zelf symbolen voor de bundel ontworpen en ook voor de verzorging van het binnenwerk getekend. De typografie lijkt opzettelijk slordig: o.a. priemteken in plaats van aanhalingstekens, aanhalingsteken in plaats van apostrof, geen ligaturen, geen aangespatiëerde hoofdletters en koppeltekens in plaats van gedachtestreepjes. Dit roept de sfeer van een in eigen beheer geprinte bundel op. Toch is het een bundel bij een prominente uitgever en is hij met een werkbeurs van het Fonds der Letteren tot stand gekomen.
Aan de eigenlijke bundel gaat een gedicht vooraf waarvan geen credits worden vermeld behalve de naam Novica Tadić. Het is dus onbekend of het een vertaling, bewerking of iets anders is. Het gaat over een man die gedachteloos in een ‘lege kamer’ zit en op een kladblok ‘mensen zin onreine wezens’ heeft geschreven en constateert tellend op zijn vingers dat hij drie dagen eerder de stem van zijn dode moeder op de radio hoorde.
Een lege kamer waar zich toch het een en ander in bevindt, zie je vaker in gedichten, maar ik zou zo snel niet weten hoe je dit gedicht moet duiden, behalve als een compositie van vrij kale, feitelijke zinnetjes waar je van alles bij kunt denken en associëren. Benders zal zijn bundel er met een reden mee openen. Is het alleen een favoriete dichter die hij wil etaleren? Of moeten we er ook iets achter zoeken? Gekrabbel in een kladblok kun je zien als het begin van een dichtbundel. Het woord ‘radio’ is hier belangrijk, want de eerste sectie van de bundel heeft dit als titel. Een radio is zendapparatuur en je zou een verbinding kunnen leggen met het ‘Codo’-motief van de dichter als zendeling. Het zal bij het lezen duidelijk moeten worden.
