De beste dichtbundels van 2014 (2): Danny Degenaar, Ik heb de tijd

Deel twee uit drie van onze serie ‘beste dichtbundels van 2014’. Danny Degenaars Ik heb de tijd is zo’n bundel waar je bij de eerste lezing over twijfelt, die je na herlezen aan iedereen gaat aanbevelen en die je na de derde keer voor de helft uit je hoofd kent. Er zijn mensen zo dom geweest om hun exemplaar te verkopen, dus je hebt het via Antiqbook.nl voor minder dan een tientje binnen een paar dagen in huis.

Titel: Ik heb de tijd
Auteur: Danny Degenaar
Illustraties: Jet H.H. Crielaard
Uitgever: Van Gennep
Prijs: € 16,90 (nieuw)
Waar te koop: ook via Antiqbook.nl, v.a. € 6,00
Beoordeling: 4.5 Stars

Inhoud
Je kunt de dichtkunst onderverdelen in lichte en serieuze; en in gemakkelijke en moeilijke poëzie. Dit geeft de mogelijkheid van vier soorten gedichten: serieuze-moeilijke, serieuze-gemakkelijke, lichte-gemakkelijke en lichte-moeilijke. Hiervan ligt de laatste mogelijkheid het minst voor de hand. Want waarom zou je een lichte inhoud uitdrukken in een moeilijke vorm? Je zou Ik heb de tijd kunnen lezen als een antwoord op die vraag.

Danny Degenaar gebruikt verschillende technieken die we kennen als het zware geschut van zwaargewicht dichters en die we op deze site op de pagina Stijlmiddelen onder het kopje Verduistering hebben verzameld. Hij laat informatie achterwege, plakt snippers tekst aan elkaar, geeft niet nader toegelichte privédetails, maakt duistere woordspelingen en toespelingen, zondigt tegen de grammatica en gebruikt moeilijke woorden. Maar hij voorkomt dat er de plechtige betovering ontstaat die je bij moderne poëzie verwacht, door een al even kwistig gebruik van relativering, alledaagse uitdrukkingen, vrolijke waarnemingen en woordspelingen.

Woordspelingen, dichters en dieren

Een paar voorbeelden van Danny Degenaars woordspelingen:

de raaf (…) aan de schrijftafel krasgraag

poesie in je onderbroekje

vinnig, een vis

(…) pillendooshoedje van pillendoospapier.

Nu liggen we hart tegen hart

op vijftig grams papier, de helft van ons

Wat heb ik onder de leden?
Oogjes op jou.

jij scheidt,
ik schep,

het grote is mij een biet, het kleine zweet peentjes

de harten die ik breek,
houden klopjacht op mij

(…) Gebroeders Appel, beursgenoteerd

Wanneer Toon Hermans en James Joyce (die van Finnegan’s Wake) samen iets zouden schrijven zou je zoiets als dit krijgen: met een quasi-onbekommerde vrolijkheid intellectueel de grenzen van de taal overschrijden. Dat maakt het een geweldig experiment, maar heeft het ook een bedoeling/zin?

Woordgrappen zijn niet de enige rode draad in de bundel. Bijna net zo opvallend zijn de vele verwijzingen en toespelingen naar het werk van andere dichters, schrijvers en naar de poëzie in het algemeen. De twee gedichten ‘I’m drinking again’ (eerder gepubliceerd in Kluger Hans)en ‘De brandtrap die je ruggengraat is’ zijn deels een variatie op Sylvia Hubers’ gedicht ‘Oké, dan maar niet in de lepeltjeshouding’ (beschikbaar bij DBNL). Degenaar spiegelt Hubers’ wat al te uitleggerige titel door zijn titel ‘De brandtrap …’ ook uit te leggen, evenals de lepeltjesmetafoor. Waar in Hubers’ sobere allegorie een verlaten lepel avontuurloos door het huis beweegt, komt bij Degenaar de metafoor al associërend uitbundig tot leven:

Lief lepeltje van me, kruppoekje
met je suikerbuik,
boven mijn theewateren zweef je
lepeltje lepeltje
want theewateren zijn spiegels van liefde

Danny Degenaar, ‘I am drinking again’, Ik heb de tijd, Amsterdam 2014.

Deze toespeling op (het werk van) een collega-dichter is bepaald niet de enige en de allusies liggen er soms zo dik bovenop dat je de bundel vanzelf als een statement over de dichtkunst probeert te lezen. De ik-figuur in ‘De dichters nemen het werk weer op’ vergelijkt zichzelf met Marianne Moore en noemt zichzelf een dichterdichter, vlieggewicht. ‘In losse regels II’ voegt hij daar overigens aan toe:

(…) voor de vlieg
die niet van touwtjespringen houdt
maar het wel een mooi gedicht vindt

Danny Degenaar, ‘Losse regels II’, Ik heb de tijd, Amsterdam 2014.

Interpretatie

Bij veel moderne poëzie is het begrijpen niet van belang. Zoals Jan Greshoff schreef: het gaat bij de dichtkunst om grijpen, niet om be-grijpen. Wanneer dichters duistere taal gebruiken, is dat niet als geheimtaal bedoeld. Gedichten zijn geen raadseltjes die je op moet lossen om tot het selecte gezelschap van begrijpers van dichter X te behoren. Lezers van moderne poëzie lezen dus bewust niet-begrijpend een strofe als:

De slaap in de lucht
Een ogenblik voorbij zijn meest geconcentreerde punt
Behoort toe aan onze voeten.

Arjen Duinker, ‘Korreligheid’, De geschiedenis van een opsomming, Amsterdam 2000.

Degenaar weigert om zijn lezers dit soort poesie pure te serveren. De woordgrappen, onverwachte wendingen, toespelingen en kruisverwijzingen voorkomen dat je als lezer dat comfortabele hogere plan bereikt. Maar hij serveert ook geen lichte, begrijpbare poëzie. Maar waar is het hem dán om te doen? In ‘I am drinking again’ roept hij het beeld op van een telefoonvormig glas, wat doet denken aan doorzichtige telefoons die alle bedrading en andere techniek laten zien. Op dezelfde manier maken Degenaars gedichten ook de techniek van het dichten transparant. En zoals je uit een telefoonvormig glas alleen onhandig slokje voor slokje kunt drinken, zo moet je ook deze poëzie slokje voor slokje binnen laten komen.

Illustraties

In Ik heb de tijd zijn zeven gedichten voorzien van illustraties door Jet H.H. Crielaard, die ook het surrealistische vogelachtige dier in foetushouding op het omslag maakte. De beelden zijn mooie verbeeldingen van de gedichten en het is jammer dat uitgever Van Gennep er geen echte kunstuitgave van heeft gemaakt. Crielaard maakte ook de boektrailer voor Ik heb de tijd, te zien op Youtube.

Jet-Crielaard-illustratie-dichtbundel-Ik-heb-de-tijd

Andere recensies en link naar een interview met Danny Degenaar

Ik heb weinig besprekingen van Ik heb de tijd kunnen vinden. Wilma van den Akker schreef voor Meander magazine een korte maar enthousiaste bespreking en op deboekensalon.nl staat een anonieme afbraakrecensie. Op Den Haag FM interviewt Ricco van Nierop de dichter, die ook een aantal gedichten voordraagt. Ik heb geen idee waarom er zo weinig aandacht is geweest voor deze bundel. Sterker nog: dat is een interessante vraag.