De poëzie-industrie
Verschillende markten worden sterk beheerst door ‘duistere krachten’ die met een voortdurend veranderend aanbod een voortdurende vraag stimuleren. Mode en muziek zijn twee voor de hand liggende voorbeelden. Er is daar veel meer aan de hand dan wat marketing kan bewerkstelligen; een groot netwerk van partijen die elkaar bevoordelen die samen die duistere krachten voeden. Een voorbeeld van één duister schakeltje: een muziekrecensent heeft geen andere keuze dan de muziek die hij beoordeelt over het algemeen goed te vinden (anders wordt hij/zij niet aangenomen) en vaak positief te oordelen, met af en toe een individueel negatief oordeel om zijn kwaliteitsnormen te laten zien. Omdat het bij recensies gaat om nieuw uitgebrachte muziek, bevordert de recensent nieuwe aankopen en ondertussen wordt ook hij natuurlijk betaald. In de muziek- en in de mode-industrie worden enorme winsten behaald door het web waartoe de recensent behoort. Maar hoe zit het in de poëzie-industrie? De Parnassus is geen strak georganiseerd skioord, maar deelt kenmerken van mode en massamuziek.
Het systeem van literaire tijdschriften, poëziekritiek en opeenvolgingen van stromingen van nieuwe poëzie dateert van vóór de massaconsumptie. De muziekindustrie heeft deze elementen gespiegeld in muziekmedia, radio-dj’s en eveneens voortdurende vernieuwing. De verschillen zijn natuurlijk aanzienlijk. De popmuziek:
- Richt zich op kinderen en jongeren, een doelgroep die zelf ook steeds weer vernieuwd wordt en gevoelig is voor thema’s als liefde en op zoek is naar iets om bij te horen.
- Is door versterking en gebruik van audiovisuele middelen onontkoombaar en maakt spectaculaire optredens mogelijk.
- Richt zich nadrukkelijk op gemakkelijk consumeerbare muziek, waar zo veel mogelijk mensen plezier van beleven.
- Laat veel verschillende organisaties meeprofiteren: rtv, technologiebedrijven, horeca, magazines, winkelcentra, etc.
Waarom staan er ’s ochtends geen rijen voor de boekwinkels om als eerste de nieuwe bundel van Jan Lauwereyns of Joke van Leeuwen te bemachtigen?
Naar een gezonde poëzie-industrie
Vorige maand werd bekend dat de overheid laat onderzoeken hoe door de vaste boekenprijs o.a. een gezond uitgeefklimaat voor poëzie geschapen kan worden, door bestsellers dichtbundels te laten ‘sponsoren’. Met andere woorden: poëzie is een product waar geen voldoende vraag naar is en dit lossen we op door er geld bij weg te geven. Mijn advies zou zijn: kijk ook eens hoe je de poëzie weer op eigen benen kunt laten staan. Dit zou kunnen door digitale druktechnieken, online publiceren en door dichters mee te laten betalen aan producties. Het zou ook kunnen door het voorbeeld van de muziekindustrie te volgen:
- De poëzie zou zich meer op jongeren kunnen richten met voor hun aantrekkelijke thema’s.
- Poëzie zou gezongen uitgevoerd kunnen worden.
- Dichters zouden zich aan een bepaalde (jeugd)lifestyle kunnen verbinden.
Een derde mogelijkheid is om poëzie voldoende ruimte te geven in het onderwijs.
