Categorie: Vertaling

Rolandseck

Opnieuw een vertaling van een gedicht uit de reeks uit Vers et Prose (1913), vertaald en toegelicht door dichter Leo van der Sterren. ‘Rolandseck’ is een zogenaamd ‘Rijngedicht’, dat herinnert aan Apollinaires verblijf in Honnef in 1901, waar hij werkte als privéleraar voor de dochter van de adellijke weduwe Élinor Hölterhoff.

La Grenouillère

Leo van der Sterren vertaalde de zes gedichten die verschenen in Vers et Prose, nummer XXXV, oktober – december 1913. De gedichten werden opgenomen in de door Jean Royère samengestelde bundel Il y a, die zeven jaar na Apollinaires dood werd uitgegeven. We beginnen met ‘La Grenouillère’.

De vermoorde dichter VIII: Mammon

Nu weduwnaar, vestigde François des Ygrées zich in de buurt van het prinsdom. In de gemeente Roquebrune ging hij in pension bij een gezin, waar een mooie brunette genaamd Mia deel van uitmaakte. Daar voedde hij zijn stamhouder eigenhandig met de fles.

Que vlo-ve? – aflevering 3

Ze liepen bij Chancesse naar binnen. Zij zat wijdbeens haar rozenhoedje te bidden. Haar tieten leken als een lawine in haar hemd naar beneden te storten. In een hoek zat de dichter Guyame tegen zichzelf te praten achter zijn glaasje peket. Bij binnenkomst groetten de jongelui: ‘Bonjou vos deusses!’